Cynisch

 

Sind20160619_203322s enkele maanden houd ik een soort dagboek bij. Een boek met iedere dag een vraag, waarop je in een paar korte zinnen antwoord kan geven. Op 16 juni was de vraag “What makes you cynical?”

Juni – In de gayclub Pulse in Orlando vindt een afgrijselijke aanslag plaats. De dagen daarna is er een soort online straatgevecht, waarbij het veel gaat over moslims en niet erg veel over de slachtoffers en de veiligheid en acceptatie van gays over de hele wereld. Voorop in het straatgevecht: een van de Amerikaanse kandidaten voor het presidentschap.

Ik ben nogal een optimist. Een paar jaar geleden maakte mijn vriend een filmpje van onze vakantie, tijdens de regentijd, naar Cambodja. Eigenlijk is het een soort lange videoclip van ‘It’s raining again’ met eindeloze stortbuien in Cambodjaanse straten. Ondertussen hoor je mij steeds dapper roepen: ”Zie je wel, het is alweer bijna afgelopen, volgens mij zie ik de zon daar!”.

Januari – In het Algemeen Dagblad staat een kort stukje over een plan dat ik namens D66 lanceer om vluchtelingen in Utrecht vanaf dag één in reguliere huisvesting te laten integreren. Op een Facebookpagina voor PVV aanhangers schrijft een man eronder “Het hele zooitje van D66 afschieten, de enige oplossing”. Als ik de man google blijkt hij vrolijke opa, die zich geregeld inzet voor de Utrechtse carnavalsvereniging.

Voor mij is optimisme onontbeerlijk als je je in de politiek begeeft; als je zaken ten positieve wilt veranderen. Je moet er in geloven dat het (nog) beter kan, dat mensen het (nog) beter gaan maken. En ik vind, dat als je op deze stoel zit, je ook een soort verplichting hebt om optimistisch te blijven. Juist omdat je in die unieke positie zit waarop je, hoewel soms eindeloos langzaam, zaken daadwerkelijk kunt veranderen.

Juni – In Engeland steekt een man in op een parlementslid, om haar vervolgens dood te schieten. Ze is 41 jaar en heeft twee kinderen. Mensen suggereren dat haar dood de ‘Remain’ campagne, waarvoor zij zich inzette, wel goed zal uitkomen.

Uiteindelijk ben ook ik niet van steen natuurlijk. Na een week zoals de afgelopen week moet ik ook de televisie en social media wel eens een poosje mijden om te voorkomen dat ik mijn telefoon uit het raam gooi en onder mijn dekbed kruip om er voorlopig niet meer uit te komen.

Dat mensen boos zijn op de politiek, dat ze bang zijn te verliezen in een maatschappij die ze steeds minder begrijpen of bang zijn voor mensen die ze niet kennen… in een goede week begrijp ik het allemaal eigenlijk wel. Maar als het zo polariseert, als het zo binnenkomt als deze week, als mensen niet boos zijn om een beslissing die je neemt, maar als ze zonder je te kennen denken te weten dat je intenties kwaadaardig zijn… dan ligt het cynisme inderdaad wel op de loer.

Uiteindelijk, en dat is toch het allermooiste aan dit ‘vak’, zijn het ook weer de mensen die het beter maken. Een mailbericht of werkbezoek waar je zo blij van wordt omdat het duidelijk maakt dat mensen elkaar ondanks alles blijven opzoeken, blijven helpen, dat ze, hoe ver ze ogenschijnlijk ook van elkaar staan, altijd weer iets menselijks in elkaar herkennen en dat niet-cynisch uiteindelijk altijd wint….

April – Ik loop een dagje mee met de voorlichters van het COC. Op scholen in Utrecht (en elders) gaan zij met kinderen in gesprek over homoseksualiteit en seksuele diversiteit. Dat is niet altijd makkelijk: sommige kinderen, ouders of zelfs scholen staan niet persé open voor het thema. Ik ga mee naar een Internationale Schakelklas: 15 kinderen uit Somalië, Syrië en Palestina van 13 en 14 jaar die voor ze in Nederland kwamen nog nooit naar school gingen, en voor wie, laten we wel zijn, homoseksualiteit nog niet een vanzelfsprekend onderwerp van gesprek is. Maar vanaf het eerste moment zijn de kinderen open en ontwapenend nieuwsgierig. De gesprekken gaan over de relatie met je ouders, kinderen krijgen en hoe je weet dat de ander ook verliefd is op jou… over de dingen die zo universeel zijn dat ze hoe dan ook een brug slaan. Aan het eind van het gesprek, als we vragen hoe de kinderen het vonden, spreidt een Somalische jongen stralend zijn armen uit naar de twee voorlichters: “Ik had hiervoor nog nóóit een homo gezien, en nu ken ik er twéé!!”.