Géén toilet!

img_20160908_144022Net voor de zomer diende ik een motie in voor genderneutrale toiletten in de gebouwen van de gemeente Utrecht. De toiletten kwamen er, en waarschijnlijk hebben er weinig toiletten zo in de schijnwerpers gestaan als die op ons stadhuis deze zomer. Een deel van de pers was natuurlijk leuk – en vooral ook heel goed dat er zo veel (en gelukkig ook veel breder dan toiletten!) over gender en hokjes werd gesproken. Als raad ga je tenslotte niet alleen over de grote zaken die de meerderheid van de stad aan gaan, maar ook (juist?) over zaken die het voor een minderheid prettig leven maken.

Maar al die aandacht heeft wel een nadeel: voor je het weet denken mensen dat mijn hele bestaan (nee, dat van heel D66) draait om die toiletten. Dus vandaag maar eens over al die ándere dingen die de afgelopen tijd mijn raadslidmaatschap beheersten.

In het voorjaar kwam er op ons initiatief een expertmeeting over de toegankelijkheid van onze stad voor mensen met een beperking – ook als je in een rolstoel zit of niet (goed) kunt zien moet je de weg kunnen vinden en mee kunnen doen in Utrecht. We kregen veel zinnige tips die er onder meer toe leidden dat ik de wethouder heb gevraagd om toegankelijkheid veel beter te gaan monitoren: hoeveel gebouwen zijn bijvoorbeeld goed toegankelijk en hoe zit dat bij sportclubs, in parken en in het verkeer? Vanaf volgend jaar gaat het college dit beter laten zien, zodat we dit als raad (en als stad) beter in de gaten kunnen houden. Verder zou het mooi zijn als mensen problemen met die toegankelijkheid, zoals drempels, rare stoepen en onduidelijke werkzaamheden, veel makkelijker kunnen melden. Ook daarvoor ligt een voorstel bij het college waar we binnenkort meer over horen.

Het afgelopen jaar heeft natuurlijk in het teken gestaan van opvang voor de vluchtelingen. De discussie daarover staat even op een laag pitje, maar misschien nog wel veel belangrijker is hoe deze nieuwkomers in Utrecht (in 2016 zo’n 850 mensen) gaan meedoen in onze stad: hoe leren ze de taal, hoe vinden ze werk en een netwerk van mensen om zich heen? Ik vond het belangrijk dat iedereen in de stad hierover mee kon praten, want iedereen in de stad heeft wel een idee wat je nodig hebt om Utrechter te zijn – en integreren kun je niet alleen. Dus kwam er een stadsgesprek, waar we met 150 mensen uit alle delen van de stad (óók nieuwkomers) praatten over wat er goed gaat en wat beter kan en moet. Er liggen inmiddels mooie plannen voor integratie en ik wil de komende tijd kijken waar nog blinde vlekken zitten – ik heb bijvoorbeeld al vragen gesteld over de verbetering van de informatievoorziening aan nieuwkomers en over het in kaart brengen van de knelpunten voor werk en ondernemerschap… wordt vervolgd!

Ook buiten de raadszaal om kun je gelukkig heel wat doen: met een klein groepje andere raadsleden ben ik veel bezig om de participatie van jongeren te vergroten: hoe zorgen we dat ze (kunnen) meepraten over zaken die hen aangaan en dat ze weten waar ze terecht kunnen met hun eigen vragen en ideeën voor de stad? We zijn bezig met het ontwikkelen van pakketten voor scholen (alles van rondleidingen op het stadhuis tot debatten met raadsleden), maar gaan ook direct met de jongeren zelf in gesprek. De afgelopen week zijn we met groepjes raadsleden naar drie middelbare scholen geweest waar we veel input kregen over alles van verlichting van fietspaden tot uitgaan onder de 18, maar ook mooie ideeën om informatie van de gemeente met jongeren te delen.  Volgende week komen er nog meer jongeren naar het stadhuis om verder te praten…

En dan is er nog veel meer waar ik mee bezig was: de bijeenkomsten en debatten rond de speeltuinen en hoe we zorgen dat die in iedere buurt, op hun eigen manier, goed draaien met en door de buurt. De vragen (hier in Utrecht, maar ook richting mijn landelijke fractie) over het belang van toegang tot goede seksuele voorlichting, niet alleen voor meisjes, maar ook voor jongens. Het debat over het tegengaan van discriminatie, waar we de nadruk hebben gelegd op het vergroten van de bereidheid van mensen om discriminatie ook daadwerkelijk te melden, bijvoorbeeld door ze een beter idee te geven van wat er met hun melding gebeurt. De verschillende debatten over de opvang en beschermd wonen van mensen die het (langer of korter) zelf niet redden, waarbij ik bijvoorbeeld aandacht vroeg voor kinderen in de opvang. En het aanpassen, na heel veel discussie, van de handhaving bij coffeeshops, zodat we de handel in wiet weer een beetje ‘gewoner’ maken (iets dat gelukkig ook wordt geholpen doordat er nu landelijk eindelijk een meerderheid is voor de regulering van wiet!).

…. En dat zijn nog maar een páár van de berg zaken op alleen nog maar mijn eigen portefeuille. De afwisseling is juist een van de dingen die het raadslidmaatschap zo geweldig interessant maakt. Dus ook zonder wc-gerelateerde hoogtepunten houd ik het gelukkig nog wel even vol!