D66 in Libanon (1): Libanese zuilen

20161126_010059De vluchtelingencrisis beheerst al bijna heel 2016 het internationale, maar zeker ook het lokale nieuws: veldbedden, taakstellingen, bewonersbijeenkomsten, integratieplannen, taalles, vrijwilligers, huisvesting… vrijwel geen enkele gemeente ontkwam aan de discussies, de vragen, de emoties en de urgentie om wat te doen. In Utrecht was het niet anders. Maar hoe zou het nou zijn om eens buiten de eigen bubbel te kijken? De route terug te volgen van mensen die hier het afgelopen jaar aankwamen, te zien hoe het gesteld is met de ‘opvang in de regio’, te horen waar anderen mee worstelen, of ze nou vluchtelingen zijn of mensen die zich overvallen wisten door de komst van (soms heel veel) nieuwe bewoners?

Precies dat deed D66 het afgelopen jaar: landelijke, maar vooral ook lokale politici gingen naar Turkije, naar de Spaanse enclaves in Marokko en naar Lesbos. De komende dagen zijn wij met raadsleden uit de regio Utrecht in Libanon – het land met het hoogste aantal vluchtelingen per hoofd van de bevolking ter wereld (zo’n 1,5 miljoen op een bevolking van 4,4 miljoen inwoners). Wat voor effect heeft dat op het land, de mensen die er wonen, lokale bestuurders, op de vluchtelingen zelf en de mensen die hen proberen te ondersteunen? We gaan op stap met hulporganisaties, journalisten, bewoners en bestuurders om dat uit te vinden. Om wat we horen en leren mee terug te nemen naar onze partij, maar liefst ook ver daarbuiten.

Ik was 10 jaar geleden al eens in Libanon, net voor de Israëlische bombardementen van 2006. Ook toen was het al een prachtig maar ongelooflijk gelaagd en (eerlijk gezegd) verwarrend land: zoveel verschillende ‘zuilen’, met elk hun eigen politieke partij, hun eigen media en hun eigen belang. En daar komt nu de vluchtelingencrisis overheen. Op onze eerste avond in Beirut proberen we er chocola van te maken met Sander van Hoorn, correspondent voor de NOS in het Midden Oosten. Eerst vanuit dat land ten zuiden van Libanon, waar je in Libanon beter niet publiek over spreekt, en sinds 2011 vanuit Beirut.

20161125_212219Sander neemt de tijd voor ons, en gezien de onderwerpen is dat maar goed ook: we spreken over Libanese politiek en Nederlandse, over het leven hier, media en democratie. We beginnen met kleine voorbeelden uit zijn leven in Libanon – zoals de noodzaak van een eigen generator, omdat politici wegens zakelijke belangen niets doen aan continue uitval van electriciteit. Van de kleine voorbeelden naar de verbanden in het héle Midden Oosten (en de wereld): van pizzabakkers in Mosul, tot kindermeisjes in Beirut en van de Amerikaanse verkiezingen tot democratie en referenda in Nederland. En natuurlijk gaat het over vluchtelingen.

Zelfs in de korte tijd dat we in Beirut zijn valt het ons als op dat vluchtelingen niet zo alomtegenwoordig zijn als je zou verwachten. Uit de voorbereiding voor deze reis weten we al dat vluchtelingen hier niet in grote UN-kampen op afgelegen plekken verblijven (zoals bijvoorbeeld in Jordanië). Omdat de Libanese regering bang is dat kampen snel permanent worden (en toegegeven, daar hebben de Libanezen veel ervaring mee) zijn zulke kampen hier niet toegestaan. Mensen verblijven daarom in kleine informele kampen. Een heel groot deel van de vluchtelingen zijn echter stedelijke vluchtelingen: ze huren een klein appartement met veel te veel mensen, wonen in half-afgebouwde huizen, leegstaande panden of garageboxen. Als je er dan vanuit gaat dat 20% van de mensen in Libanon vluchteling is, zou je denken dat je dat, ook in Beirut onmiddellijk zou zién. Zou Libanon niet zichtbaar moeten kraken in z’n voegen met zoveel extra mensen?

Sander heeft wel een verklaring waarom Libanon het, met wat kunst en vliegwerk, nog wel redt. Allereerst vallen mensen natuurlijk niet perse op: er zijn zoveel gelijkenissen tussen Syriërs en Libanezen – in uiterlijk, cultuur en taal – dat het verschil niet onmiddellijk duidelijk is. De connecties tussen de landen en bewoners zorgen er ook voor dat mensen veelal worden opgevangen door mensen uit de eigen ‘zuil’: Christelijke Libanezen werpen zich op voor Christelijke Syriërs, Sjiitische Libanezen doen hetzelfde voor hun Syrische geloofsgenoten. Meer mensen, maar de segregatie gaat gewoon door.

Belangrijker misschien nog wel is de grote informele sector in Libanon die het land altijd al had – naar schatting staat 10% van de bedrijven in Beirut zijn ingeschreven bij de plaatselijke Kamer van Koophandel. Dat wil zeggen dat 90% van de economische bedrijvigheid zich buiten het zicht van de overheid plaats vindt: van kleine winkels tot mensen die schoenen poetsen op straat. Libanezen kijken sowieso niet naar de overheid (of verwachten daar in elk geval niet veel van). Als je echt iets nodig hebt regel je het zelf – zoals Sander zelf zijn elektriciteit regelt. Als je in het strakke Nederlandse systeem met regels en regelingen zo’n 6 miljoen extra mensen stopt zou het ontploffen. In het Libanese informele systeem kun je met een beetje duwen en trekken nog best wat extra mensen kwijt – al wil dat natuurlijk niet zeggen dat dat verder geen gevolgen heeft voor de vluchtelingen en de samenleving.

Natuurlijk praten we ook over toekomstscenario’s: moet je (en kun je) meer mensen toelaten in Europa? Moet je (en kun je) dan ook meer mensen eerder tegenhouden? Hoe groot is de kans dat Assad uiteindelijk blijft zitten? En wat betekent dat dan voor veel vluchtelingen in Europa en Libanon die dan van oorlogsvluchteling, politiek vluchteling worden?

De avond is een fantastische eerste introductie in Libanon en de vluchtelingencrisis hier. Pas tegen een uur wordt de laatste Libanese wijn genuttigd en de rekening betaald. Een stuk wijzer, maar nog niet noodzakelijk minder verward over fascinerend Libanon en de regio.

Komende week meer!