D66 in Libanon (2): Spanningen en naaimachines

De ochtend van onze eerste volledige dag in Libanon begint met een briefing door Alan en Mariam van het International Rescue Committee (IRC). Deze internationale hulporganisatie is de partner hier van de Nederlandse Stichting Vluchteling. IRC is sinds 2012 actief in Libanon en is na een bescheiden eerste opzet inmiddels uitgegroeid tot een organisatie waar 480 mensen werken aan heel veel verschillende projecten gericht op vluchtelingen. De eerste periode draaide volledig om noodhulp, zoals het verstrekken van kleding in de koude winter hier. In die tijd dacht eigenlijk iedereen, hulpverleners en vluchtelingen, dat mensen binnen enkele maanden wel weer terug zouden kunnen naar Syrië. Maar hoe langer de oorlog duurde, hoe duidelijker het werd dat er ook zaken geregeld moesten worden voor mensen die (veel) langer zouden blijven. Inmiddels draaien veel projecten, ook die van het IRC, om die wat meer lange-termijn zaken: het opzetten van klasjes voor Syrische schoolkinderen, projecten om kinderarbeid tegen te gaan, en mogelijkheden voor mensen om wat bij te verdienen. Tegelijk blijft het oppassen: de Libanese overheid blijft grote moeite houden met alles dat riekt naar een lang, of zelfs permanent verblijf van vluchtelingen. Welke politicus wil aan zijn achterban verkopen dat deze mensen misschien niet meer weggaan? IRC is dus heel voorzichtig om niet te spreken over ‘werk’ of ‘onderwijs’ – taal doet ertoe als je niemand voor het hoofd wilt stoten.
20161126_105729

Bourj Hammoud

Iets dat onze gesprekken met het IRC ook steeds terugkomt is de relatie met de ‘host communities’, de wijken en gemeenschappen waar de vluchtelingen worden opgevangen. Gelukkig heeft het IRC niet alleen oog voor kwetsbare vluchtelingen; veel van de hulp is ook toegankelijk voor kwetsbare Libanezen in de gemeenschappen om hen heen. Het IRC ‘livelihoods centre’ in Beirut (een plek waar mensen terecht kunnen voor allerlei vormen van hulp – van steun voor vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld, tot allerlei trainingen) is bijvoorbeeld ook toegankelijk voor mensen uit de buurt. Het voorkomt scheve gezichten en onderkent de realiteit dat ook veel Libanezen soms moeite hebben het hoofd boven water te houden. Eigenlijk is dit een mooie parallel met de opvang in op dit moment wordt opgezet bij ons in Overvecht: een inclusieve opvang waar buurtbewoners ook mee kunnen doen met trainingen en activiteiten en waar zelfs woonruimte beschikbaar is voor jongeren uit de wijk.

 

dsc05116

Hannah in het naaiatelier

Met Alan en Mariam bezoeken we een paar voorbeelden van hun werk in de praktijk: Hannah, een jonge vrouw die dankzij het IRC aan de slag is als ‘apprentice’ (een soort werkervaringsplaats) bij een naaiatelier in Bourj Hammoud, de Armeense wijk in Beirut. Het atelier staat bomvol rollen stof en dozen met knopen; we passen er nauwelijks bij. In het midden staan twee naaimachines waar Hannah geconcentreerd zit te werken als ze even stopt om ons te woord te staan. Hoewel ze in Syrië was afgestudeerd als verpleegster, is ze dolblij met deze plek: het IRC betaalt voor haar werk zodat haar gezin wat financiële lucht krijgt en over een aantal maanden hoopt ze met deze nieuwe vaardigheden zelf vanuit huis een klein naaiatelier te beginnen. De ondernemer voor wie ze werkt is ook blij met de regeling: hij werkt met gedreven mensen – een van de vorige apprentices heeft hij zelfs aangenomen. Dat meisje werkt nu permanent in het atelier en deelt mierzoete bananendrankjes met rietjes uit aan ons. Een paar blokken verder bezoeken we een Libanese ondernemer in zijn kleine meubelfabriek. Als onderdeel van hun strategie om de ‘host communities’ te betrekken heeft IRC hem gesteund bij het opzetten van zijn bedrijf – zo zien mensen dat hulp niet alleen naar vluchtelingen gaat en zodra zijn bedrijf een beetje gaat groeien kan hij Libanezen én vluchtelingen van werk voorzien.

 

 

20161126_165555

Koffie met Diana

Die middag hebben we nog een afspraak: in een koffietentje vlak bij ons hotel maken we kennis met de Libanese televisiejournaliste en documentairemaakster Diana Moukaled. Diana kan prachtig bevlogen vertellen over Libanon. Natuurlijk gaat het al snel weer over politiek, maar we spreken vooral ook veel over de houding van mensen hier ten aanzien van vluchtelingen – door haar werk spreekt Diana heel veel verschillende mensen. Ook in Libanon zijn er, net als in Utrecht, veel vrijwilligers die met vluchtelingen werken en zijn veel mensen die vinden dat vluchtelingen goed ontvangen moeten worden. Wel is het duidelijk dat de rek eruit is: de algemene stemming over de vluchtelingen in het land is niet positief. Mensen hebben het gevoel (al dan niet terecht) dat vluchtelingen problemen brengen op de scholen van hun kinderen en met name Christelijke Libanezen vrezen voor een te grote toestroom van moslims. Het helpt niet dat sommige politici het negatieve sentiment cultiveren, door veel retoriek te gebruiken in discussies en speeches over dit onderwerp. In sommige gemeenten gaan ze verder en leggen ze zelfs een avondklok op aan vluchtelingen, iets dat volgens de grondwet niet eens is toegestaan.

 

Volgens Diana blijft het zaak voor andere landen, en dus ook Nederland, om Libanon in het oog te houden en in gesprek te blijven over de zaken die niet goed gaan. Tegelijk concluderen we dat het ook lastig is Libanon aan te spreken zolang Europa zo weinig doet om de situatie in Libanon en andere landen in de regio te verlichten: Zolang we nog relatief zo weinig mensen opnemen en zolang de internationale gemeenschap niet over de brug komt met geld dat al maanden geleden aan Libanon werd toegezegd om de financiële gevolgen van de vluchtelingencrisis het hoofd te bieden.
Een paar keer noemt Diana Libanon ‘a terrible country’. Maar ze is er ook dol op. Ze vertelt over Libanezen die weggaan, maar die ook zo vaak weer terugkomen. Er blijven genoeg mensen die het land positief vooruit willen helpen, die niet blijven hangen in het secretarisme en die werk willen maken van stabiliteit en vrouwenrechten. ‘This country has so much potential’.
Aan het eind van de dag lopen we nog een stukje langs de Corniche, de boulevard langs zee. We zien hardlopende meisjes met paardenstaarten in strakke neon outfits, mannen die in hun dikke, blote buik shisha zitten te roken, giechelende groepjes meisjes van top tot teen in zwarte gewaden en hipsterjongens die een sigaretje roken in de zon. Spanning is even ver te zoeken, maar als je Libanon in al haar lagen wenst te zien moet  je in elk geval hier zijn.