D66 in Libanon (5): Wat heb je nou geleerd?

Vier dagen vol gesprekken en bezoeken. Inmiddels staan we weer op Nederlandse grond en is de vraag heel vaak: maar wat heb je nou geleerd? Wat haal je uit zo’n bezoek en wat ga je daarmee doen? Daarom, in willekeurige volgorde, een paar zaken die ik meeneem uit deze reis:

Syrische vluchtelingen zijn niet gevlucht op zoek naar een beter leven. Misschien een open deur, maar in de Nederlandse discussie zorgt het toch nog vaak voor verwarring: waarom hebben mensen dure telefoons en horloges? Alle vluchtelingen die wij spraken hadden liever in Syrië gebleven. Ze hadden een goed leven, met een eigen huis, werk, een school voor de kinderen en niet zelden grote bruiloften, etentjes met vrienden, een studie en weekendjes in de shopping mall. Daar zouden ze ook het liefst weer naar teruggaan, maar die huizen en shopping malls zijn platgebombardeerd of onder de voet gelopen door IS. En die telefoon is de enige manier om met familie de communiceren waarvan een deel niet heeft weg kunnen komen en een ander deel in een ander kamp of in Europa zit. Dat is goed om te beseffen in gesprekken met mensen die twijfelen aan waarom mensen naar Nederland komen. En het is goed om te beseffen in gesprekken met nieuwkomers in Nederland.

Onderschat nooit het belang van host communities. dit kwam steeds weer terug bij bijna iedereen met wie we spraken en in het werk van de verschillende organisaties waarmee we op pad gingen: vluchtelingen worden niet in een vacuüm opgevangen en om draagvlak te houden in gemeenschappen die het zelf ook niet perse makkelijk hebben en spanningen te voorkomen zul je ook voor hen iets moeten doen. Dat betekent soms direct investeren in mensen of infrastructuur (zoals in het geval van IRC en de ondernemers uit de buurt, of VNG international en hun werk met gemeentes) en soms slim nadenken over hoe je geld dat vluchtelingen of hulporganisaties besteden ten goede laat komen aan lokale gemeenschappen (zoals in het geval van UNHCR en de betaalkaarten). De parallel naar Nederland en Utrecht is snel getrokken: ook de activiteiten en faciliteiten van de  opvang die we in Overvecht opzetten zijn toegankelijk voor mensen uit de buurt. Inclusieve opvang dus.

Palestijnen zijn de vergeten groep vluchtelingen. In het nieuws in Nederland kom je ze in elk geval weinig tegen. De Palestijnen die wij spraken waren vaak al generaties op de vlucht. En omdat ze om allerlei redenen aan allerlei andere regels moeten voldoen dan Syrische vluchtelingen is de uitzichtloosheid en het gevoel van frustratie vaak nog vele malen groter. Waarom deze uitzonderingspositie voor Palestijnen precies bestaat weet ik niet, maar de zin en onzin ervan nog eens bekijken lijkt me van groot belang.

Ze blijven nog wel even. Waar vluchtelingen, regeringen en hulpverleners dachten dat mensen enkele maanden zouden blijven, zien we inmiddels dat de opvang al vijf jaar duurt. De goodwill van de Libanezen om mensen op te blijven vangen vermindert daarmee en de mogelijkheid voor vluchtelingen om zelf het hoofd boven water te houden met spaargeld neemt ook af. Dat heeft gevolgen voor hulpverlening ter plaatse en verhoogt de urgentie om Libanon verder te ondersteunen (zie ook het volgende punt). Datzelfde besef is ook in Nederland belangrijk: mensen laten wachten tot de situatie beter wordt is geen optie, we zullen nú moeten zorgen dat mensen een plek vinden in onze samenleving. En wat de uitkomst in Syrië uiteindelijk ook mag zijn, we zullen er op moeten rekenen dat veel mensen ook permanent zullen blijven. Niet omdat ze dat perse willen, maar omdat de winst van de ene partij in Syrië de andere partij ongeveer automatisch politiek vluchteling maakt.

We kunnen meer doen om Libanon te ondersteunen in deze crisis. Een aantal mensen wezen ons op de makken van Libanese politici en bestuurders, maar als je iemand aan wilt spreken of mee wilt krijgen zul je zelf ook geloofwaardig moeten zijn. Europa is dat niet als toezeggingen om geld niet worden nagekomen. En ook niet zolang we zelf te weinig mensen direct opnemen. Volgens UNHCR is het te doen mensen vanuit hier direct, via de legale route naar Europa te brengen. Canada heeft het afgelopen jaar 25.000 mensen direct opgenomen; UNHCR schaalde haar operatie tijdelijk op en zorgde in korte tijd voor lijsten met mensen die in aanmerking kwamen voor relocatie naar Canada. Natuurlijk zul je in Europa ook iets moeten met mensen die op eigen gelegenheid komen en niet in aanmerking komen, maar het is in elk geval goed te horen dat de trage organisatorische puinhoop in Griekenland niet perse de norm is.

We moeten meer doen om Libanon te ondersteunen in deze crisis. De urgentie over de vluchtelingencrisis wordt in Nederland op dit moment een stuk minder gevoeld dan enkele maanden geleden: geen eindeloze stukken meer in de krant of hoog-oplopende bijeenkomsten rond de opvang. Sterker nog: veel gemeenten kregen de afgelopen maanden te horen dat ze hun geplande opvang, vaak na veel gesprekken met bewoners en voorbereiding door vrijwilligers opgezet, konden vergeten. De Turkije deal heeft de stroom mensen doen opdrogen. Bij ons dan. En voor nu. Als ons bezoek iets heeft duidelijk gemaakt is dat de crisis niet over is, en dat het nogal naïef, zo niet gevaarlijk is, om te doen alsof dat zo is. Of Libanon (en Turkije, Jordanië…) nu eenmaal buiten ons gezichtsveld liggen en dus niet ons probleem zijn. Want zelfs als je het menselijke aspect erbuiten laat, is het ook ons probleem. Hoewel de Libanezen die wij spraken er alles aan gelegen is het land stabiel te houden, kun je niet ontkennen dat zoveel vluchtelingen de spanningen vergroten. En dat meer onrust daar, uiteindelijk ook bij ons terecht komt.

Dus wat gaan we doen? De komende tijd delen we ons verhaal zo breed mogelijk. Natuurlijk binnen onze partij, om samen te kijken wat er beter moet. Maar graag ook heel veel daarbuiten. Door deze blogs, op scholen, in de media en op bijeenkomsten die we zelf organiseren. De vluchtelingen die we ontmoetten vroegen daar ook om: “Deel ons verhaal!”

Bij deze.