Politiek actief

Het moet nog tijdens mijn studie geweest zijn dat een columnist in de Volkskrant een commentaar schreef over het dalende lidmaatschap van politieke partijen in Nederland. Net als alle jaren ervoor en erna werd er op dat moment aangenomen dat het cynisme onder Nederlanders over politiek en politici tot nooit vertoonde hoogtes was gestegen. Ik heb altijd een weinig cynische inborst gehad, maar zag het lidmaatschap van een politieke partij altijd als iets voor ideologen pur sang: mensen die niet twijfelden aan hun partij, noch aan hun eigen mening. Niet voor mij dus: ik vond politiek regelmatig onderhoudend, soms heel boeiend en hopelijk geschikt om belangrijke zaken voor elkaar te krijgen, maar geen enkele partij zó overtuigend dat ik mezelf er voor het leven aan wilde verbinden.

De auteur van de column zag het echter anders: lidmaatschap van een politieke partij was niet voorbehouden aan monomane machtswellustelingen (althans, niet bij iedere partij), maar was ook geschikt voor mensen als ik: Mensen met de zin iets te veranderen, maar zonder fanatieke partijvoorkeur (later heb ik begrepen dat je dan gewoon “gezond kritisch” heet; en dat klinkt inderdaad veel beter). En als het partijstandpunt je ergens niet beviel, dan kon je het in elk geval van binnenuit aanpakken.

Dus ging ik ‘shoppen’. Omdat ik meer wilde doen dan geld overmaken, ging ik langs bij werkgroepen van verschillende politieke partijen. Er volgde een eerste bijeenkomst op het partijkantoor van Groen Links in Utrecht. De werkgroepleden waren een aardige mix van jongere en oudere groenlinksers en de lijst met onderwerpen was imposant, maar ik haakte af toen een mevrouw op leeftijd een monoloog van 20 minuten hield over waarom het woord ‘liberaal’ niet in het Europees verkiezingsprogramma zou mogen. Deze mevrouw twijfelde duidelijk niet. Ik ook niet meer overigens, en ik maakte snel een afspraak bij de buitenlandsezaken-werkgroep van D66.

De volgende bijeenkomst was in de kelder van het voormalige Landelijk Bureau van D66. Ik droeg hoge hakken en een knalblauwe tuniekjurk en een snelle blik in het zaaltje leerde dat het gevuld was met allemaal min of meer dezelfde mannen: rond de 30, met een keurig overhemd (geen stropdas) en een beschaafd brilletje. Te stellen dat ik afweek was een understatement, maar minder dan 5 minuten later zaten we in een diepe discussie. Niemand was het met elkaar eens, en ik begreep maar de helft, maar het ging snel en diep en met heel veel humor. Hier had ik niet alleen wat te brengen, maar vooral ook heel veel te leren. Ik was verkocht.