Canvassen

IMG_20131110_140943Canvassen – werkw. – verbuigingen: canvaste (verl.tijd enkelv.), heeft gecanvast (volt.deelw.): Mensen op straat aanspreken, bij mensen thuis aanbellen (om hun mening over iets te vragen of om hen van iets te overtuigen).

Tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 zat ik net in het campagneteam. Ik had me vroom voorgenomen om in elk geval aan alle campagneacties een keer actief mee te doen: van in de regen ’s morgens vroeg bij het station flyers uitdelen tot wijntjes schenken in het Griftpark tijdens een zonovergoten Twitnick. Canvassen lag me het zwaarst op de maag. Het idee om zomaar ergens aan te bellen om de blijde D66 boodschap te verkondigen aan onwillige bewoners leek me op z’n zachts gezegd nogal idioot (mijn precieze woorden waren volgens mij “Ik ben geen Jehova”).

Natuurlijk kwam het er toch van. En zo toog ik, in mijn D66 jasje, op mijn eerste canvasavond aan de zijde van wethouder Victor Everhardt richting Overvecht. Van alle campagneacties die ik sindsdien heb gedaan staat deze me waarschijnlijk nog het meest bij: we spraken met jonge Turkse ondernemers over de regelgeving voor hun winkel, met een jeugdwerker over de crisis, een jongen die voor het eerst mocht stemmen, maar die nog niet wist of hij dat ging doen en met een man op leeftijd over zijn kleinkinderen en de zorg. Aan het einde van de avond was ik om. En er waren vast een paar ideeën die ik had over canvassen uit de wereld: allereerst waren we vooral naar mensen aan het luisteren en van onwillige mensen was ook geen sprake. Tot mijn grote verbazing blijken heel veel mensen alleszins bereid om een stukje van hun vrije avond te besteden aan een gesprek over hun stad, leven en politiek met een wildvreemde. Mensen vonden het fíjn dat we ons gezicht lieten zien, bleken opvallend goed geïnformeerd en vaak duidelijk in hun prioriteiten.

Gisteren was de eerste canvasactie van het nieuwe ‘seizoen’, onderdeel van een landelijke actie van D66. Door heel Nederland gingen D66ers de straat op en wij gingen aanbellen bij mensen in mijn eigen wijk, Tuinwijk. De eerste deurbel is altijd even spannend, maar al snel was het, ondanks de kou, weer de grootste lol. We spraken een dame die al haar hele leven, 70 jaar, met veel plezier in hetzelfde huis in Tuinwijk woonde en twee jonge vaders die met hun kroost in de tuin klusten en die helemaal blij waren dat de Tour de France naar Utrecht komt. Er was iemand die alles wist over fijnstof op de dichtstbijzijnde weg en een net-afgestudeerd meisje die net haar eerste ‘grotemensenhuis’ had gekocht. En we werden binnen uitgenodigd door een dame die uitgebreid de tijd voor ons nam om te vertellen hoe de brede stoepen die waren aangelegd ten behoeve van de verkeersveiligheid, vooral leiden tot racende scootmobielen en invalidenwagens over diezelfde stoep. Van dat beeld schoot ik een beetje in de lach, maar de bewoonster zelf gelukkig ook.

Natuurlijk kom je mensen tegen die niét blij zijn met D66, of die politiek überhaupt helemaal niks vinden. Maar mocht je een overdosis hebben aan berichten over een maatschappij van klachten, ‘iedereen voor zich’ en overlast, dan kan ik je aanraden eens een rondje te canvassen in Tuinwijk op je vrije zaterdag. Wat na een paar uur overheerst het beeld van bewoners die, op wat kleine dingen na, heel tevreden zijn, met hun buurt en met hun buren. Dat mensen buurtbarbecues organiseren en veel plezier beleven aan de mix van oud, jong, allochtoon, student en jong gezin. Dat mensen de drukte eerder ervaren als levendigheid en dat dat de reden is dat ze in de grote stad wonen. En dat mensen elkaar, als het even niet gaat, helpen met boodschappen of zelfs met koken.

Als ik in december in de vrieskou bij het station sta zal ik er nog wel eens op terugkomen, maar zo campagnevoeren voelt alvast niet als buffelen!