Taal

20131208_223843Als er een ding is waar ik nog aan moet wennen tijdens de campagne is het het taalgebruik van de politicus. Mensen die mij wat beter kennen zullen me over het algemeen niet indelen in de categorie verlegen. Tijdens de meeste sociale bijeenkomsten heb ik ook niet de indruk dat ik in het debat ondergesneeuwd raak (dat is misschien zelfs wel een beetje een understatement). Ik beleef vooral veel lol aan het spel met taal, zoals ook dit blog hopelijk duidelijk maakt.

Toch is politieke taal echt een categorie op zich. Sinds ik me in het raads- en campagneavontuur heb gestort kan ik nauwelijks nog op inhoud luisteren naar politici en woordvoerders, maar ben ik vooral bezig met hóe ze dingen zeggen – en ook: wat ze niet zeggen. Niet eens zozeer de clichés van ontwijkende en draaiende politici, of raar politiek jargon (daar is ook een overdaad aan), maar het ad hoc en beknopt vertellen wat de kern van het probleem of de oplossing is. Zittend voor de tv (soms bijna pratend tégen de tv!) vraag ik me af of ik het ook zo zou verwoorden of juist helemaal niet.

Mijn handicap is de nuance – of misschien ben ik gewoon breedsprakig. Mijn eerste herinnering aan spreken tijdens een D66 congres was in de rol van inspreker voor een motie van een bekende. Als zoveelste in een lange reeks insprekers begon ik mijn goed doordachte verhaal met: “Ik sluit mij graag aan bij de vorige spreker, omdat…”. Verder kwam ik niet: de dagvoorzitter baste kort “Dank u” en had de volgende spreker al het woord gegeven voor ik met mijn ogen knipperde. Zo beknopt had ik het nou ook weer niet bedoeld.

Ik ben een groot voorstander van nuance (ik ben niet voor niets D66er), maar feit is dat niet iedere gelegenheid ruimte biedt voor een verhaal waarin alle kleurschakeringen aan bod komen. Omdat er nog meer mensen staan te dringen voor een microfoon bijvoorbeeld, of omdat meer woorden ook meer ruimte bieden voor wolligheid en interruptie.

Tijdens een raadstrainingsweekend een paar weken geleden raakte ik behoorlijk in de knoop. In een rollenspel met een journalist werd me gevraagd naar de prostitutieboten op het Zandpad. Ik probeerde een samenhangende zin te vormen in mijn hoofd terwijl ik diep moest graven naar inhoudelijke kennis over het onderwerp en ondertussen streden ergens anders in mijn brein enerzijds en anderzijds om voorrang. Dat werd dus niet veel.

De enige oplossing? Erin duiken dan maar. Zo nu en dan een stukje publiek neerstorten voor lief nemen. Als ik zo naar het nieuws kijk bevind ik me ook dan tussen politici in goed gezelschap.