Taboe

Op 19 januari 2014, zijn 43ste verjaardag, kwam de Keniaanse schrijver Binyavanga Wainaina uit de kast. Hij schreef een hartverscheurend ‘vergeten hoofdstuk’ op de website Africa is a Country . Wainaina is een bekend figuur in Kenia en veel mensen waren in de war over zijn bekentenis: was het echt? Was het een grap, of een literair experiment? Wainaina wachtte niet lang. Via een aantal interviews en Youtube videos maakte hij duidelijk dat hij juist nu uit de kast was gekomen om Kenianen en andere Afrikanen aan te zetten tot discussie over homoseksualiteit. Discussie op een continent waar homoseksualiteit in veel landen, net als in Kenia, strafbaar is.

Twee dagen later faciliteerde ik in Nairobi, voor mijn werk, een 3 daagse workshop voor Keniaanse medewerkers van organisaties die werken aan SRHR: Sexual Reproductive Health and Rights. Deze gedreven en dappere mensen houden zich bezig met voorlichting aan jonge mensen over het voorkomen van seksueel overdraagbare ziektes, ongewenste zwangerschap en seksueel geweld, met het bespreekbaar maken van homoseksualiteit en het opkomen voor LGBT-rechten en mensen met aids. Heel diverse mensen en organisaties, maar waanzinnig inspirerend.

De workshop was levendig, met heftige discussies en even uitbundige lol, maar wat me het meest trof waren de gesprekken na afloop. Het feit dat ik Nederlands was bleek voor veel mensen aanleiding me even apart te nemen om over dingen te praten die ze in hun eigen gemeenschappen soms maar lastig kunnen bespreken: over jonge gays in Nairobi en hoe deze te bereiken. Over de angst om je partner de besmetten met aids, maar ook de wens om gewoon eens zónder te gaan: zonder die zware medicijnen, en zonder condoom. Over praten met je ouders en of Nederlandse ouders hun kinderen echt zomaar condooms meegeven bij het uitgaan.

Op mijn laatste avond werd ik naar het vliegveld gereden door Ben. Ben is al meer dan drie jaar mijn vaste taxichauffeur in Nairobi. We kennen elkaar goed, we kennen veel dezelfde mensen in de stad en we vertellen elkaar over onze families en kinderen. We roddelden wat over gezamenlijke kennissen tot Ben met veel omwegen vertelde hoe hij de Keniaanse directeur van een lokale organisatie met diens vriend had opgehaald uit een bar en hoe hij ze, zoenend, had achtergelaten bij de man thuis. Ben was in de war. Het had zijn beeld van de keurige directeur danig veranderd en het hielp ook niet dat ik moest glimlachen om zijn verwarring. De eindeloze files in Nairobi gaven hem de tijd me uitgebreid te bevragen over Nederland. Het homohuwelijk was een brug te ver, maar dat ik zomaar gays én hun partners in mijn vriendenkring had fascineerde hem mateloos. Of we dan ook praten over die relaties, vroeg hij zich af. Toen ik aangaf dat het niet heel anders was dan het praten over zijn en mijn familie (“We talk about our relationships, sure, but not about uh… details”) was het zijn beurt om hartelijk te lachen.

Ik zal geen moment ontkennen dat er voor Nederlandse homo’s nog veel te winnen en te knokken valt. Om over seksuele voorlichting maar niet te spreken (ik kom uit de Alblasserwaard, believe me, I know) Maar na deze paar dagen ben ik toch weer even trots op het feit dat we zoveel kunnen en willen bespreken. Trots op het regenboogzebrapad . Op het homohuwelijk. Op de Gay Pride. Op de voorlichting over seksuele diversiteit op scholen. Op de meemoeders. En op al onze discussies.

Schrijver Binyavanga Wainaina (CC Francesco Alesi, Internazionale)
Schrijver Binyavanga Wainaina (CC Francesco Alesi, Internazionale